Dit is de eerste van twee vieringen over troost. Je zou zeggen: wie zoekt geen troost? Nou, Rachel bijvoorbeeld, de aartsmoeder, de vrouw van Jacob, zoekt het niet. Haar kermen klinkt op uit haar graf. Dit verhaal uit Jeremia 31 haalt de evangelist Mattheüs aan bij de kindermoord in Bethlehem. ‘Er is een stem gehoord in Rama, een rouwklacht, een zeer bitter geween’, Rachel weent over haar kinderen en weigert zich te laten troosten, omdat ze er niet meer zijn.
En, heel anders, zou Judas na zijn verraderskus ook gedacht hebben: er is geen troost voor wat ik gedaan heb?
In zijn boek ‘Troost. Als licht in donkere tijden’ schrijft Michael Ignatieff over de Psalmen waarin troost gezocht (en gevonden?) wordt: “Psalmen lezen is als wandelen tussen ruïnes, langs een afgebroken zuil, over een haardsteen met uithollingen van voetstappen erop. Vervolgens een crypte in, waar je de geur van vochtige steen inademt en je handen over de mortel laat glijden.”
We zijn de eersten niet, die roepen. Maar waarvoor zoeken we troost en wat is het dat ons troost?
Henk van der Spoel houdt in deze viering van 8 mei de overweging.
Namens de voorbereidingsgroep, Janita Rutgers