“Dit is onze enige veiligheid”

“Dit is onze enige veiligheid”

Een bericht van Inlia.
Ze maken zich grote zorgen, de mensen in het INLIA Gasthuis Groningen. Nu het kabinet de bed-bad-broodregeling niet meer wil betalen, vrezen ze voor het enige toevluchtsoord dat ze hebben. “Het is onze enige veiligheid”, zegt Stepan uit Armenië. En Mauritaniër Cheikh zegt: “We kunnen niet weg uit Nederland. Ik wil niet opnieuw op straat leven.”
Het zijn stuk voor stuk mensen van wie de asielverzoeken zijn afgewezen, de gasten die INLIA opvangt en begeleidt in het Gasthuis. Ze moeten terug en dat kunnen ze ook – zegt minister Faber. Dat klopt niet altijd: de mensen in het Gasthuis zijn al door de hele molen geweest en het is de overheid niet gelukt om terugkeer te realiseren. Toen ze aan het einde van het traject op straat terecht zijn gekomen konden zij instromen in de Landelijke Vreemdelingen Voorziening. In Groningen wordt die uitgevoerd door INLIA. In dit Gasthuis werkt INLIA met hen aan oplossingen: terugkeer, doormigratie of legaal verblijf. Zonder het Gasthuis zouden ze op straat zijn blijven.

 

Je postcode
Als het Gasthuis er niet was… Cheikh’s gezicht betrekt. “Ik kan niet weg, dan kom ik opnieuw op straat. Dat wil ik niet.” Hij kent dat leven en heeft jaren op straat geleefd nadat zijn asielverzoek strandde omdat hij zijn identiteit niet kon bewijzen. Hij komt uit een dorp vlak bij de Senegalese grens. Daar is het zeg maar niet gebruikelijk om een paspoort te bezitten.
Of hij geen geboorteakte had, vroeg de IND. Nee natuurlijk, in dergelijke dorpen worden geen geboorteakten uitgegeven, mensen weten niet eens wat het is. Wat zijn postcode dan was, wilden ze weten. Ondanks de situatie moet hij er nu nog om lachen. Ook de interviewer, die in Mauritanië was, schiet in de lach. Je postcode, ja hoor. “Het is daar geen Nederland hè? C’est l’Afrique.”

 

Lang verhaal kort: geen identiteitsbewijs, asielaanvraag afgewezen, jarenlang op straat geleefd. Zwart gewerkt als het kon, ook zwaar werk. En als dat er niet was ‘slechte’ dingen gedaan om aan eten te komen. Dat wil hij nooit meer. Hij werd uiteindelijk gepakt, veroordeeld en vastgezet. Daarna belandde hij nog 7 keer in vreemdelingenbewaring. Maar het lukte niet om hem uit te zetten, zelfs na 16 maanden in het Vertrekcentrum in Ter Apel niet. Daar zeiden ze uiteindelijk: je kunt hier niet blijven, ga maar naar INLIA. In het Gasthuis is hij nu bezig met een laatste poging zijn identiteit te bewijzen om terug te kunnen keren. Dat wil hij best. Zonder identiteits- en nationaliteitspapieren is terugkeer niet mogelijk. “Ik wil leven, niet alleen maar er zijn, maar léven.” Een klein stukje land bewerken in Mauritanië bijvoorbeeld. Hij wordt al vrolijk als hij erover praat.

 

Bestaanszekerheid
“We mogen nergens heen en we mogen niet blijven.” Zo vat de Armeense Stepan de onmogelijkheid van zijn situatie in één zin samen. Hij is 37 en zit vanaf zijn 13de in een rolstoel. Hij komt uit een klein plaatsje in Armenië, in een onrustige provincie waar bendes opereren. Zijn vriend Grigor uit Azerbeidzjan tolkt  voor het interview. En die wil zelf ook wat kwijt: “Wij danken God voor INLIA, voor het dak boven ons hoofd.”
Het is een catastrofe als het Gasthuis er niet zou zijn, zeggen Stepan en Grigor. Ze maken zich zorgen. “Dit is onze enige veiligheid. Onze enige bestaanszekerheid. Veilig slapen is een basisbehoefte. Als deze plek er niet is, wat moeten we dan?“ Mensen hebben een verkeerd idee over ons”, denkt Stepan: “Ik ben hier niet gekomen om rijk te worden ofzo.” Waarom zou ik hier als dakloze asielzoeker willen leven, als ik terug kon naar Armenië? Als ik daar de nodige medicatie zou kunnen krijgen en er normaal zou kunnen leven? Waarom zou ik dan hier zitten in een opvang? Dat is toch niet logisch?”
Ze hopen vurig dat het Gasthuis blijft bestaan.