Het licht schijnt in de duisternis

Het licht schijnt in de duisternis

‘Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen” (Johannes 1:5).

Dit zijn de eerste verzen van het Evangelie van Johannes. Over het Woord van de beginne. Huub Oosterhuis vertaalt vers 4 en 5 als volgt : “In het woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. En het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het licht niet overmeesterd.“ Steeds zien we hoe duistere krachten het licht proberen te doven.

Dat zagen we heel duidelijk op 6 januari op Driekoningen. Uitgerekend op die dag waarop de Oosterse kerken vieren dat Christus aan het licht is gekomen, werd het Capitool bestormd door mensen die het licht van de democratische vrijheid wilden doven en de voorstanders daarvan terechtstellen. Het licht is zo kwetsbaar als een kaarsvlam. Het licht moet behoed worden. Het licht moet ons behoeden en bewaren.

 

Naast Johannes 1 :1-5 lezen we in de viering van 14 februari Psalm 27 uit Huub Oosterhuis, 150 psalmen vrij. Het is een ‘asielpsalm’: hoe vinden wij bij God asiel en hoe vindt God asiel in ons? Het gaat om het behoeden van het Licht en het zijn van een schuilplaats.