Oordeel niet, zegt Lisette Thooft

Oordeel niet, zegt Lisette Thooft

De allermoeilijkste mens om niet over te oordelen is je eigen partner, heeft Lisette Thooft dikwijls ervaren. Als happy single heeft ze tegenwoordig makkelijk praten.

 

In haar boek Vrienden worden met je lijf. Lichaamsbewustzijn als levensbelang, schrijft zij over haar ervaringen met de gewone dagelijkse dingen, die de ander doet of laat, waar je je zo gauw aan ergert, waar je een oordeel over hebt. Zij verwijst naar de Bergrede waarin Jezus zegt: “Oordeel niet, opdat je niet beoordeeld wordt”. Want met de maat waarmee je meet, word je ook zelf gemeten. Ergernis is de lichtste vorm van oordeel: je vindt in feite dat iets niet zou mogen gebeuren.  

 

Ooit interviewde Lisette Thooft Hal en Sidra Stone, een Amerikaans therapeutenechtpaar dat aan de wieg stond van de methode Voice Dialogue.  Eén passage is haar bijgebleven:

‘Sidra vertelde dat ze zich vroeger altijd ergerde aan haar man Hal als hij een boterham pakte in de keuken en die zonder bordje eronder meenam naar zijn werkplek, waarbij er kruimels op de grond terechtkwamen. Maar ze was gestopt met zich te ergeren. Ze zei er niets meer van.

“Weet je wat het is,” zei Sidra, “ik realiseerde me dat hij er op een dag niet meer zal zijn. En dat ik dan die kruimels óók zou missen.”’

 

Misschien moeten we vaker aan het afscheid denken, aan het eind, aan de eeuwigheid. Misschien worden we daar minder oordelerig van? Ga voor de hele column naar De Bezieling.