De oorlog in Oekraïne raakt ons allen. De beelden van verwoesting, leed, wanhoop en pijn komen dagelijks ons leven binnen. Ongeloof, angst, woede en afschuw vervullen ons. Hoe verhouden wij ons tot dit alles? Een moeilijke vraag nu het geweld zo dichtbij is en ons emotioneel en economisch raakt.
Vanuit sterke gevoelens van betrokkenheid ontstond bij de eerste viering van de lijdenstijd spontaan het idee om op de liturgische tafel voor Oekraïne een kaars te ontsteken. Net zo spontaan ontstond daarna ook het idee om het Dona Nobis Pacem te zingen. In de vieringen bidden we voor allen die lijden aan en betrokken zijn bij het geweld van oorlogen, beseffend dat dat er velen zijn, waar ook ter wereld. De kaars is daarmee een breder symbool dan alleen een kaars voor Oekraïne.
Zoals zo vaak bij dingen die spontaan ontstaan, moeten we nadenken over het vervolg van dit ritueel nu de lijdenstijd en Pasen voorbij zijn. Hoewel de oorlog nog lang niet voorbij is, willen we het aansteken van deze kaars toch beëindigen. Dit om te voorkomen dat het een nietszeggend gebaar wordt.
We blijven in gedachten en gebeden verbonden met de Oekraïners, Russen en al die andere mensen die lijden onder geweld van oorlog waar ook ter wereld. Via de rituelen zoals het ontsteken van de paaskaars kan ook blijvend aandacht worden geschonken aan deze situaties.
We hopen dat de aandacht voor Oekraïne blijft, ondanks het vertrek van de kaars.
Namens het VO-klein, Pieta Ettema
Afbeelding: quilt die Pieta Ettema maakte na het uitbreken van de Oekraïne-oorlog