Het lijden van de mens

Het lijden van de mens

Vanuit het perspectief van het Straatpastoraat is het lijden van de mens niet zo ver weg. We vinden het terug in de geleden verliezen: geen huis, geen geld, geen netwerk, verlies van gezondheid, van richting in het leven, verlies van betekenis zijn. Er onder ligt de grondervaring van ‘niet mogen zijn’ of ‘niet mogen zijn zoals je bent’. Word je welkom geheten als je verslaafd bent? Word je welkom geheten als je boos en gefrustreerd over straat loopt? Mag je er zijn met je ongepaste gedrag? Wordt verstaan wat je eigenlijk wilt zeggen? En wordt jouw lijden gezien, word jij daarin écht gezien? Of zien we de verslaving?

 

Reageren we op de schreeuw? Er niet mogen zijn is misschien wel de grootste eenzaamheid van een mens. En diens grootste schreeuw: maar ik ben er wel!
Tijdens de viering willen we stil staan bij ons verlangen er te mogen zijn, en ons verlangen erbij te horen en iets toe te voegen aan onze omgeving, maar ook bij ons verlangen om ons vast te klampen aan een gouden kalf. En waarom wordt God, wordt Mozes of worden wij mensen toch zo boos?

 

We lezen uit het Eerste Testament, Exodus 32:1-20 en we lezen een gedicht van Harry van Velsen, uit Een soort van woedend / n soort van vergreld.
In de viering van zondag 22 maart zal Annemarie van der Vegt de overweging verzorgen.

 

 

Namens de voorbereidingsgroep: Annemarie van der Vegt en Annemiek Werkman

 

 

Collage Greetje Kampinga

 

 

 

 

Wil je de viering online meemaken: klik dan op deze link